Een wit led met een doorlaatspanning van 3 V werkt op een voeding van 5 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 20 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 6 V stuurt stroom door een weerstand van 330 Ω in serie met twee siliciumdiodes in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 68 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 15 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 3,3 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 470 kΩ vanaf de voeding VCC = 15 V. De collectorweerstand is RC = 1,5 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collectorstroom IC in mA.
Een NPN-transistor met β = 150 schakelt een belastingsweerstand van 100 Ω, aangesloten tussen VCC = 12 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.
Een zenerstabilisator van 3,3 V moet tot 50 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 20 V, en de zenerdiode heeft minstens 2 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Antwoordenblad
- 1. R = 100 Ω
- 2. I = 13,94 mA
- 3. VCE = 10,15 V
- 4. IC = 6,085 mA
- 5. RB = 3,305 kΩ
- 6. Rmax = 321,2 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.