Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden

Gratis printbaar werkblad Diodes en transistoren: 6 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk
+−Vs​12 VR1​ = 1 kΩR2​ = 470 ΩID​ = ?

Een gelijkspanningsbron van 12 V is via weerstand R₁ = 1 kΩ aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 470 Ω, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.

Vs = 12 VR1 = 1 kΩR2 = 470 ΩVD = 0,7 V
ID = mA
2.Makkelijk
+−Vs​6 VR1​ = 470 ΩR2​ = 680 ΩID​ = ?

Een gelijkspanningsbron van 6 V is via weerstand R₁ = 470 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 680 Ω, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.

Vs = 6 VR1 = 470 ΩR2 = 680 ΩVD = 0,7 V
ID = mA
3.Gemiddeld
+−15 V330 Ω3,3 V470 ΩIZ​ = ?

Een zenerstabilisator van 3,3 V wordt gevoed uit 15 V via 330 Ω en voedt een belasting van 470 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.

Vin = 15 VVZ = 3,3 VR = 330 ΩRL = 470 Ω
IZ = mA
4.Gemiddeld
RC​ = 3,3 kΩβ = 200RE​ = 1,2 kΩVCC​ = 20 VR1​ = 56 kΩR2​ = 12 kΩ

Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 56 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 12 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 3,3 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.

VCC = 20 VR1 = 56 kΩR2 = 12 kΩRC = 3,3 kΩRE = 1,2 kΩβ = 200
VCE = V
5.Moeilijk
+−≥ 9 VR = ?5,1 V≤ 10 mA

Een zenerstabilisator van 5,1 V moet tot 10 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 9 V, en de zenerdiode heeft minstens 1 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.

Vin,min = 9 VVZ = 5,1 VIL,max = 10 mAIZ,min = 1 mA
Rmax = Ω
6.Moeilijk
V (V)I (mA)0,6536,383Q = ?

Een diode wordt gemodelleerd als 0,65 V in serie met 25 Ω (hij geleidt boven 0,65 V). Hij staat in serie met een weerstand van 470 Ω over een voeding van 3 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.

Vs = 3 VR = 470 ΩV0 = 0,65 Vrd = 25 Ω
ID = mA

Antwoordenblad

  1. 1. ID = 9,811 mA
  2. 2. ID = 10,25 mA
  3. 3. IZ = 28,43 mA
  4. 4. VCE = 9,845 V
  5. 5. Rmax = 354,5 Ω
  6. 6. ID = 4,747 mA

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.