Een gelijkspanningsbron van 12 V is via weerstand R₁ = 1 kΩ aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 470 Ω, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 6 V is via weerstand R₁ = 470 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 680 Ω, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Een zenerstabilisator van 3,3 V wordt gevoed uit 15 V via 330 Ω en voedt een belasting van 470 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 56 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 12 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 3,3 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een zenerstabilisator van 5,1 V moet tot 10 mA aan een belasting leveren. De ingangsspanning kan dalen tot 9 V, en de zenerdiode heeft minstens 1 mA nodig om te stabiliseren. Bepaal de grootste serieweerstand Rmax waarbij hij blijft stabiliseren.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,65 V in serie met 25 Ω (hij geleidt boven 0,65 V). Hij staat in serie met een weerstand van 470 Ω over een voeding van 3 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Antwoordenblad
- 1. ID = 9,811 mA
- 2. ID = 10,25 mA
- 3. IZ = 28,43 mA
- 4. VCE = 9,845 V
- 5. Rmax = 354,5 Ω
- 6. ID = 4,747 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.