Een groen led met een doorlaatspanning van 2,2 V werkt op een voeding van 9 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 10 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 5 V stuurt stroom door een weerstand van 2,2 kΩ in serie met twee siliciumdiodes in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
3 groen leds (doorlaatspanning 2,2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 24 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 15 mA instelt.
4 rood leds (doorlaatspanning 2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 9 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 25 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 80 schakelt een belastingsweerstand van 470 Ω, aangesloten tussen VCC = 5 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB = 22 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de collectorstroom IC in mA als de ingang hoog is. Bepaal eerst of de transistor verzadigd is.
Een NPN-transistor met β = 100 schakelt een belastingsweerstand van 680 Ω, aangesloten tussen VCC = 5 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.
Antwoordenblad
- 1. R = 680 Ω
- 2. I = 1,636 mA
- 3. R = 1160 Ω
- 4. R = 40 Ω
- 5. IC = 10,21 mA
- 6. RB = 60,92 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.