Een zenerdiode van 3,3 V wordt gevoed uit 20 V via een weerstand van 330 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 10 V stuurt stroom door een weerstand van 1 kΩ in serie met twee siliciumdiodes in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
Een NPN-transistor met β = 80 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 12 V: R₁ = 39 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 22 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitterweerstand is RE = 2,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
3 rood leds (doorlaatspanning 2 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 12 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 15 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 80 schakelt een belastingsweerstand van 100 Ω, aangesloten tussen VCC = 24 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.
Een NPN-transistor met β = 80 schakelt een belastingsweerstand van 220 Ω, aangesloten tussen VCC = 24 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Ontwerp voor betrouwbaar schakelen met een basisstroom die 3 keer zo groot is als het minimum voor verzadiging. Vind RB in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. IR = 50,61 mA
- 2. I = 8,6 mA
- 3. VCE = 7,128 V
- 4. R = 400 Ω
- 5. RB = 1,445 kΩ
- 6. RB = 0,6409 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.