Een wit led met een doorlaatspanning van 3 V werkt op een voeding van 12 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 10 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 5,1 V wordt gevoed uit 20 V via een weerstand van 270 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een NPN-transistor met β = 120 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 68 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 10 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 5,6 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
3 wit leds (doorlaatspanning 3 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 12 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 20 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 150 schakelt een belastingsweerstand van 1 kΩ, aangesloten tussen VCC = 12 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB = 220 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de collectorstroom IC in mA als de ingang hoog is. Bepaal eerst of de transistor verzadigd is.
Een zenerstabilisator van 3,3 V heeft een serieweerstand van 150 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 18 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. R = 900 Ω
- 2. IR = 55,19 mA
- 3. IC = 1,453 mA
- 4. R = 150 Ω
- 5. IC = 2,932 mA
- 6. PZ,max = 323,4 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.