Een gelijkspanningsbron van 10 V is via weerstand R₁ = 470 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 1 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een gelijkspanningsbron van 6 V stuurt stroom door een weerstand van 680 Ω in serie met een siliciumdiode in doorlaatrichting. Gebruik het model met constante spanningsval, 0,7 V per geleidende diode. Vind de stroom I in mA.
Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 560 kΩ vanaf de voeding VCC = 12 V. De collectorweerstand is RC = 4,7 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collectorstroom IC in mA.
2 wit leds (doorlaatspanning 3 V per stuk) staan in serie met een weerstand op een voeding van 24 V. Bepaal de weerstand R die de stroom op 15 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 200 schakelt een belastingsweerstand van 470 Ω, aangesloten tussen VCC = 24 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB = 33 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de collectorstroom IC in mA als de ingang hoog is. Bepaal eerst of de transistor verzadigd is.
Een zenerstabilisator van 5,1 V heeft een serieweerstand van 220 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 14 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. ID = 19,09 mA
- 2. I = 7,794 mA
- 3. IC = 2,018 mA
- 4. R = 1200 Ω
- 5. IC = 26,06 mA
- 6. PZ,max = 206,3 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.