Een gelijkspanningsbron van 9 V is via weerstand R₁ = 470 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 1,5 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een groen led met een doorlaatspanning van 2,2 V werkt op een voeding van 5 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 20 mA instelt.
Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 22 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 8,2 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 4,7 kΩ en de emitterweerstand is RE = 2,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
Een NPN-transistor met β = 200 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 1000 kΩ vanaf de voeding VCC = 9 V. De collectorweerstand is RC = 3,3 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,65 V in serie met 50 Ω (hij geleidt boven 0,65 V). Hij staat in serie met een weerstand van 100 Ω over een voeding van 5 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,6 V in serie met 20 Ω (hij geleidt boven 0,6 V). Hij staat in serie met een weerstand van 150 Ω over een voeding van 12 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Antwoordenblad
- 1. ID = 17,19 mA
- 2. R = 140 Ω
- 3. IC = 2,111 mA
- 4. VCE = 3,522 V
- 5. ID = 29 mA
- 6. ID = 67,06 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.