Een gelijkspanningsbron van 10 V is via weerstand R₁ = 470 Ω aangesloten op knooppunt X. Van knooppunt X naar de minpool van de bron lopen twee parallelle paden: weerstand R₂ = 2,2 kΩ, en een siliciumdiode met de anode aan X. Gebruik het model met constante spanningsval van 0,7 V. Vind de diodestroom ID in mA.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een groen led met een doorlaatspanning van 2,2 V werkt op een voeding van 24 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 10 mA instelt.
Een zenerstabilisator van 6,2 V wordt gevoed uit 24 V via 330 Ω en voedt een belasting van 1500 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een NPN-transistor met β = 50 wordt ingesteld met een basisweerstand RB = 150 kΩ vanaf de voeding VCC = 12 V. De collectorweerstand is RC = 2,7 kΩ en de emitter ligt aan massa. Neem VBE = 0,7 V en neem aan dat de transistor in het actieve gebied werkt. Vind de collectorstroom IC in mA.
Een NPN-transistor met β = 150 schakelt een belastingsweerstand van 1 kΩ, aangesloten tussen VCC = 9 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Vind de grootste basisweerstand RB, in kΩ, die de transistor nog net in verzadiging stuurt.
Een zenerstabilisator van 3,3 V heeft een serieweerstand van 270 Ω. De ingangsspanning kan stijgen tot 24 V, en de belasting kan losgekoppeld worden. Bepaal het grootste vermogen PZ,max dat de zenerdiode moet dissiperen.
Antwoordenblad
- 1. ID = 19,47 mA
- 2. R = 2180 Ω
- 3. IZ = 49,81 mA
- 4. IC = 3,767 mA
- 5. RB = 73,3 kΩ
- 6. PZ,max = 253 mW
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.