Een rood led met een doorlaatspanning van 2 V werkt op een voeding van 9 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 10 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 12 V wordt gevoed uit 20 V via een weerstand van 220 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een zenerstabilisator van 5,1 V wordt gevoed uit 18 V via 270 Ω en voedt een belasting van 3300 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een NPN-transistor met β = 80 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 100 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 12 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitterweerstand is RE = 2,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collectorstroom IC in mA.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,7 V in serie met 20 Ω (hij geleidt boven 0,7 V). Hij staat in serie met een weerstand van 150 Ω over een voeding van 9 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Een NPN-transistor met β = 80 schakelt een belastingsweerstand van 150 Ω, aangesloten tussen VCC = 24 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 3,3 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Ontwerp voor betrouwbaar schakelen met een basisstroom die 2 keer zo groot is als het minimum voor verzadiging. Vind RB in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. R = 700 Ω
- 2. IR = 36,36 mA
- 3. IZ = 46,23 mA
- 4. IC = 0,611 mA
- 5. ID = 48,82 mA
- 6. RB = 0,6555 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.