Een rood led met een doorlaatspanning van 2 V werkt op een voeding van 12 V via een serieweerstand. Bepaal de weerstand R die de ledstroom op 20 mA instelt.
Werkblad Diodes en transistoren met antwoorden
Een zenerdiode van 9,1 V wordt gevoed uit 20 V via een weerstand van 100 Ω, zonder aangesloten belasting. Bepaal de stroom IR in de weerstand.
Een NPN-transistor met β = 100 wordt ingesteld met een spanningsdeler vanaf VCC = 20 V: R₁ = 56 kΩ van VCC naar de basis en R₂ = 15 kΩ van de basis naar massa. De collectorweerstand is RC = 1 kΩ en de emitterweerstand is RE = 1,2 kΩ. Neem VBE = 0,7 V en gebruik het Thévenin-equivalent van de deler (verwaarloos de basisstroom niet). Vind de collector-emitterspanning VCE.
Een zenerstabilisator van 3,3 V wordt gevoed uit 24 V via 470 Ω en voedt een belasting van 1500 Ω. Bepaal de zenerstroom IZ.
Een NPN-transistor met β = 50 schakelt een belastingsweerstand van 330 Ω, aangesloten tussen VCC = 9 V en de collector. De emitter ligt aan massa. De basis wordt aangestuurd vanuit een logische uitgang van 5 V via een basisweerstand RB. Neem VBE = 0,7 V en VCE(sat) = 0,2 V. Ontwerp voor betrouwbaar schakelen met een basisstroom die 10 keer zo groot is als het minimum voor verzadiging. Vind RB in kΩ.
Een diode wordt gemodelleerd als 0,6 V in serie met 5 Ω (hij geleidt boven 0,6 V). Hij staat in serie met een weerstand van 1000 Ω over een voeding van 3 V. Bepaal de werkpuntstroom ID waar de diodelijn de belastinglijn snijdt.
Antwoordenblad
- 1. R = 500 Ω
- 2. IR = 109 mA
- 3. VCE = 14,14 V
- 4. IZ = 41,84 mA
- 5. RB = 0,8063 kΩ
- 6. ID = 2,388 mA
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.