Een patiënt krijgt 20 mg van een geneesmiddel voorgeschreven. De tabletten op de afdeling bevatten elk 10 mg. Hoeveel tabletten n geef je?
Werkblad Dosisberekeningen met antwoorden
Een patiënt krijgt 25 mg van een geneesmiddel voorgeschreven. De tabletten op de afdeling bevatten elk 25 mg. Hoeveel tabletten n geef je?
Een kind van 35 kg krijgt 4 mg/kg van een geneesmiddel voorgeschreven. De voorraadoplossing bevat 20 mg/mL. Trek de dosis op: welk volume V geef je?
Een patiënt weegt 25 kg. De voorgeschreven dosis is 5 mg/kg per dag, verdeeld over 2 gelijke giften. Hoeveel milligram D wordt er per gift gegeven?
Een patiënt weegt 63,8 lb. Het voorschrift is 15 mg/kg als eenmalige dosis, en de voorraadoplossing bevat 40 mg in 1 mL. Welk volume V geef je, met 1 kg = 2,2 lb? Rond af op één decimaal.
Het voorschrift is 475 microgram. De ampul bevat 0,5 mg/mL. Trek de dosis op in de spuit van 1 mL: welk volume V geef je?
Antwoordenblad
- 1. n = 2 tabletten
- 2. n = 1 tabletten
- 3. V = 7 mL
- 4. D = 62,5 mg
- 5. V = 10,9 mL
- 6. V = 0,95 mL
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.