Een patiënt krijgt 250 mg van een geneesmiddel voorgeschreven. De tabletten op de afdeling bevatten elk 100 mg. Hoeveel tabletten n geef je? De tabletten hebben een breukgleuf, dus je kunt ze doormidden breken.
Werkblad Dosisberekeningen met antwoorden
Een patiënt krijgt 10 mg van een geneesmiddel voorgeschreven, 2 keer per dag gedurende 5 dagen. De tabletten bevatten elk 20 mg. Hoeveel tabletten N zijn er nodig voor de hele kuur? De tabletten hebben een breukgleuf, dus je kunt ze doormidden breken.
Hoeveel milligram geneesmiddel m zit er in 50 mL van een 20% (w/v) oplossing?
Een kind van 17 kg krijgt 4 mg/kg van een geneesmiddel voorgeschreven. De voorraadoplossing bevat 20 mg/mL. Trek de dosis op: welk volume V geef je?
Het voorschrift is 0,8 mg. De ampul bevat 2000 microgram per mL. Trek de dosis op in de spuit van 1 mL: welk volume V geef je?
Een infuus bevat 25000 eenheden van een geneesmiddel in 1000 mL. Het voorschrift is 1250 eenheden per uur. Op welke snelheid R zet je de pomp, in mL/h?
Antwoordenblad
- 1. n = 2,5 tabletten
- 2. N = 5 tabletten
- 3. m = 10000 mg
- 4. V = 3,4 mL
- 5. V = 0,4 mL
- 6. R = 50 mL/h
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.