Werkblad EU-recht met antwoorden

Gratis printbaar werkblad EU-recht: 8 opgaven van makkelijk tot tentamenniveau, met antwoordenblad. Print het of sla het op als pdf.

Nieuw werkbladOnline oefenen met hints

Voor docenten: gratis te printen, kopiëren en in de les te gebruiken. Elk nieuw werkblad heeft nieuwe waarden en een eigen antwoordblad. Een link naar ExamProblems op je cursuspagina wordt gewaardeerd.

Naam: ____________________   Datum: ____________

1.Makkelijk

Welk paar verdragen vormt sinds het Verdrag van Lissabon de grondslag van de EU?

  1. AHet Handvest van de grondrechten van de EU en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
  2. BHet Schengenakkoord en het Verdrag van Maastricht
  3. CHet Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
  4. DHet Verdrag van Rome en het Verdrag van Parijs
2.Makkelijk

Hoe wordt de voorzitter van de Europese Commissie gekozen?

  1. ARechtstreeks gekozen door de EU-burgers in een aparte stemming
  2. BBenoemd door het Hof van Justitie
  3. CGekozen door de vertrekkende Commissie
  4. DVoorgedragen door de Europese Raad met gekwalificeerde meerderheid en daarna gekozen door het Europees Parlement
3.Makkelijk

Waar zetelt het Hof van Justitie van de Europese Unie?

  1. ADen Haag
  2. BBrussel
  3. CStraatsburg
  4. DLuxemburg
4.Gemiddeld

Wat is de juiste volgorde van de fasen van een inbreukprocedure op grond van artikel 258 VWEU?

  1. APrejudiciële vraag, ingebrekestelling, boete
  2. BAanhangigmaking bij het Hof, met redenen omkleed advies, ingebrekestelling
  3. CIngebrekestelling, met redenen omkleed advies, aanhangigmaking bij het Hof van Justitie
  4. DMet redenen omkleed advies, ingebrekestelling, daarna aanhangigmaking bij het Gerecht
5.Gemiddeld

Volgens het subsidiariteitsprotocol wordt een "gele kaart" getrokken als de met redenen omklede adviezen ten minste vertegenwoordigen:

  1. AEen gewone meerderheid van de stemmen van de leden van het Europees Parlement
  2. BAlle nationale parlementen
  3. CEen derde van de stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegekend
  4. DDe regeringen van twee lidstaten
6.Gemiddeld

Welk artikel van het VWEU verbiedt mededingingsbeperkende overeenkomsten tussen ondernemingen?

  1. AArtikel 102
  2. BArtikel 101
  3. CArtikel 45
  4. DArtikel 107
7.Moeilijk

In Faccini Dori (1994) probeerde een consument zich tegenover een particuliere onderneming te beroepen op een niet-omgezette consumentenrichtlijn. Het Hof oordeelde dat:

  1. ADe richtlijn ongeldig was omdat zij niet was omgezet
  2. BRichtlijnen uit zichzelf geen verplichtingen aan particulieren kunnen opleggen, zodat zij zich er niet op kon beroepen
  3. CDe onderneming een verlengstuk van de staat was
  4. DDe richtlijn horizontale rechtstreekse werking had omdat consumenten de zwakkere contractpartij zijn
8.Moeilijk

De CILFIT-criteria beschrijven wanneer een hoogste rechter GEEN prejudiciële vraag hoeft te stellen, bijvoorbeeld als:

  1. ADe zaak urgent is voor de regering
  2. BDe partijen liever niet verwijzen
  3. CDe vraag politiek gevoelig is en de regering het Hof formeel heeft gevraagd haar niet voor te leggen
  4. DDe juiste uitleg zo evident is dat er geen ruimte is voor redelijke twijfel (acte clair)

Antwoordenblad

  1. 1. C · Het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie
  2. 2. D · Voorgedragen door de Europese Raad met gekwalificeerde meerderheid en daarna gekozen door het Europees Parlement
  3. 3. D · Luxemburg
  4. 4. C · Ingebrekestelling, met redenen omkleed advies, aanhangigmaking bij het Hof van Justitie
  5. 5. C · Een derde van de stemmen die aan de nationale parlementen zijn toegekend
  6. 6. B · Artikel 101
  7. 7. B · Richtlijnen uit zichzelf geen verplichtingen aan particulieren kunnen opleggen, zodat zij zich er niet op kon beroepen
  8. 8. D · De juiste uitleg zo evident is dat er geen ruimte is voor redelijke twijfel (acte clair)

Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.