Een koelkast onttrekt warmte aan de koelruimte met 2,46 kW terwijl de compressor 0,6 kW vermogen gebruikt. Vind de prestatiecoëfficiënt COPR.
Werkblad Warmtemotoren en koelmachines met antwoorden
Een warmtemotor neemt per cyclus 3100 kJ warmte op uit een warm reservoir en staat 2480 kJ af aan een koud reservoir. Vind het thermisch rendement η.
Een warmtemotor krijgt warmte van een bron op 750 °C en staat warmte af aan de omgeving op 25 °C. Het werkelijke thermisch rendement is 50%. Vind het exergetisch rendement ηII, de verhouding van het werkelijke rendement tot het Carnotrendement.
Een warmtemotor krijgt warmte van een bron op 350 °C en staat warmte af aan de omgeving op 20 °C. Het werkelijke thermisch rendement is 32%. Vind het exergetisch rendement ηII, de verhouding van het werkelijke rendement tot het Carnotrendement.
Een koelkast houdt de koude ruimte op 4 °C in een keuken van 35 °C, en onttrekt warmte aan de koude ruimte met 1,5 kW. Vind het minimaal benodigde vermogen Ẇmin.
Een warmtepomp houdt een huis op 22 °C terwijl het buiten -5 °C is, en levert 11 kW warmte aan het huis. Vind de hoogst mogelijke prestatiecoëfficiënt COPmax.
Antwoordenblad
- 1. COPR = 4,1
- 2. η = 20 %
- 3. ηII = 70,56 %
- 4. ηII = 60,43 %
- 5. Ẇmin = 0,1678 kW
- 6. COPmax = 10,93
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.