Een machine hoort flessen gemiddeld met 120 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 8 mL. Een steekproef van 100 flessen heeft een gemiddelde van 117,5 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 120.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine hoort flessen gemiddeld met 200 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 8 mL. Een steekproef van 64 flessen heeft een gemiddelde van 198,2 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 200.
Een steekproef van 64 studenten heeft een gemiddelde score van 494,5 en een steekproefstandaardafwijking van 20. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 500.
Een steekproef van 100 studenten heeft een gemiddelde score van 70,6 en een steekproefstandaardafwijking van 20. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 75.
Een steekproef van 36 metingen heeft gemiddelde 503,7. De standaardafwijking van de populatie is 10. Bereken de ondergrens L van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
In een onderzoek herstellen 100 van de 200 patiënten met behandeling A en 174 van de 300 patiënten met behandeling B. Bereken met de gepoolde fractie de toetsingsgrootheid z voor H₀: p₁ = p₂.
Antwoordenblad
- 1. z = −3,125
- 2. z = −1,8
- 3. t = −2,2
- 4. t = −2,2
- 5. L = 501
- 6. z = −1,761
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.