Een leverancier beweert dat de gemiddelde breeksterkte van een kabel 75 kN is; je vermoedt dat die hoger is. De standaardafwijking is bekend en is 8 kN. Je neemt een steekproef van 100 kabels en toetst H₀: μ = 75 kN tegen H₁: μ > 75 kN bij α = 0,01. Boven welk steekproefgemiddelde x̄c verwerp je H₀?
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine hoort flessen gemiddeld met 120 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 10 mL. Een steekproef van 64 flessen heeft een gemiddelde van 117,3 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 120.
8 werknemers doen een typetest voor en na een training. Voor elke persoon wordt het verschil d = na − voor (woorden per minuut) genoteerd. Het gemiddelde verschil is −10,56 en de standaardafwijking van de verschillen is 10,3. Bereken de toetsingsgrootheid t van de gepaarde toets voor H₀: μd = 0.
8 werknemers doen een typetest voor en na een training. Voor elke persoon wordt het verschil d = na − voor (woorden per minuut) genoteerd. Het gemiddelde verschil is −8,87 en de standaardafwijking van de verschillen is 7,6. Bereken de toetsingsgrootheid t van de gepaarde toets voor H₀: μd = 0.
In een onderzoek herstellen 24 van de 120 patiënten met behandeling A en 38 van de 150 patiënten met behandeling B. Bereken met de gepoolde fractie de toetsingsgrootheid z voor H₀: p₁ = p₂.
Hoe groot moet een steekproef zijn zodat het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde een foutmarge van hoogstens 1 heeft? De standaardafwijking is 8. Bereken de kleinste steekproefomvang n.
Antwoordenblad
- 1. x̄c = 76,86 kN
- 2. z = −2,16
- 3. t = −2,9
- 4. t = −3,301
- 5. z = −1,035
- 6. n = 174
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.