Een machine hoort flessen gemiddeld met 120 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 4 mL. Een steekproef van 25 flessen heeft een gemiddelde van 121,4 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 120.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een bedrijf beweert dat een fractie 0,75 van zijn klanten tevreden is. In een aselecte enquête onder 250 klanten zeggen 207 dat ze tevreden zijn. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: p = 0,75.
Twee lesmethoden worden vergeleken. Groep 1: 9 studenten, gemiddelde score 59,5, standaardafwijking 2. Groep 2: 5 studenten, gemiddelde score 49,8, standaardafwijking 10. Neem gelijke populatievarianties aan en gebruik de gepoolde t-toets voor twee steekproeven. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ₁ = μ₂, met als verschil x̄₁ − x̄₂ (groep 1 min groep 2).
Een steekproef van 25 studenten heeft een gemiddelde score van 195,8 en een steekproefstandaardafwijking van 15. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 200.
Een steekproef van 81 metingen heeft gemiddelde 197. De standaardafwijking van de populatie is 15. Bereken de bovengrens U van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Hoe groot moet een steekproef zijn zodat het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde een foutmarge van hoogstens 0,5 heeft? De standaardafwijking is 20. Bereken de kleinste steekproefomvang n.
Antwoordenblad
- 1. z = 1,75
- 2. z = 2,848
- 3. t = 2,898
- 4. t = −1,4
- 5. U = 199,7
- 6. n = 4330
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.