Een machine hoort flessen gemiddeld met 75 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 8 mL. Een steekproef van 100 flessen heeft een gemiddelde van 76,68 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 75.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine hoort flessen gemiddeld met 75 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 8 mL. Een steekproef van 36 flessen heeft een gemiddelde van 73,13 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 75.
Een steekproef van 81 studenten heeft een gemiddelde score van 48,76 en een steekproefstandaardafwijking van 8. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 50.
9 werknemers doen een typetest voor en na een training. Voor elke persoon wordt het verschil d = na − voor (woorden per minuut) genoteerd. Het gemiddelde verschil is 4,69 en de standaardafwijking van de verschillen is 6,4. Bereken de toetsingsgrootheid t van de gepaarde toets voor H₀: μd = 0.
In een onderzoek herstellen 140 van de 200 patiënten met behandeling A en 208 van de 250 patiënten met behandeling B. Bereken met de gepoolde fractie de toetsingsgrootheid z voor H₀: p₁ = p₂.
Een eenzijdige z-toets van H₀: μ = 100 tegen H₁: μ < 100 wordt uitgevoerd bij α = 0.10 met een steekproef van 100; de standaardafwijking is bekend en is 20. In werkelijkheid is het gemiddelde 95.2. Bereken het onderscheidend vermogen 1 − β van de toets in procenten.
Antwoordenblad
- 1. z = 2,1
- 2. z = −1,403
- 3. t = −1,395
- 4. t = 2,198
- 5. z = −3,323
- 6. 1 − β = 86,82 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.