Een z-toets van H₀: μ = μ₀ tegen H₁: μ < μ₀ geeft de toetsingsgrootheid z = −0.98. Bereken de p-waarde p.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine is ingesteld om pakken te vullen met een gemiddelde van 120 g; je vermoedt dat hij te weinig vult. De standaardafwijking is bekend en is 12 g. Je weegt een steekproef van 64 pakken en toetst H₀: μ = 120 tegen H₁: μ < 120 bij α = 0.05. Onder welk steekproefgemiddelde x̄c verwerp je H₀?
Een steekproef van 100 studenten heeft een gemiddelde score van 122,5 en een steekproefstandaardafwijking van 12. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 120.
Een steekproef van 49 studenten heeft een gemiddelde score van 198,7 en een steekproefstandaardafwijking van 10. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 200.
Hoe groot moet een steekproef zijn zodat het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde een foutmarge van hoogstens 3 heeft? De standaardafwijking is 15. Bereken de kleinste steekproefomvang n.
Een steekproef van 49 metingen heeft gemiddelde 54,3. De standaardafwijking van de populatie is 15. Bereken de bovengrens U van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Antwoordenblad
- 1. p = 0,1635
- 2. x̄c = 117,5 g
- 3. t = 2,083
- 4. t = −0,91
- 5. n = 97
- 6. U = 59,82
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.