Een z-toets van H₀: μ = μ₀ tegen H₁: μ > μ₀ geeft de toetsingsgrootheid z = 2,09. Bereken de p-waarde p.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een bedrijf beweert dat een fractie 0,6 van zijn klanten tevreden is. In een aselecte enquête onder 150 klanten zeggen 98 dat ze tevreden zijn. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: p = 0,6.
Een steekproef van 64 studenten heeft een gemiddelde score van 97,9 en een steekproefstandaardafwijking van 12. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 100.
7 werknemers doen een typetest voor en na een training. Voor elke persoon wordt het verschil d = na − voor (woorden per minuut) genoteerd. Het gemiddelde verschil is −4,9 en de standaardafwijking van de verschillen is 5,4. Bereken de toetsingsgrootheid t van de gepaarde toets voor H₀: μd = 0.
In een onderzoek herstellen 70 van de 100 patiënten met behandeling A en 121 van de 150 patiënten met behandeling B. Bereken met de gepoolde fractie de toetsingsgrootheid z voor H₀: p₁ = p₂.
Hoe groot moet een steekproef zijn zodat het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde een foutmarge van hoogstens 2,5 heeft? De standaardafwijking is 8. Bereken de kleinste steekproefomvang n.
Antwoordenblad
- 1. p = 0,01831
- 2. z = 1,333
- 3. t = −1,4
- 4. t = −2,401
- 5. z = −1,946
- 6. n = 40
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.