Een machine hoort flessen gemiddeld met 200 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 8 mL. Een steekproef van 64 flessen heeft een gemiddelde van 202,1 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 200.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine hoort flessen gemiddeld met 120 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 15 mL. Een steekproef van 16 flessen heeft een gemiddelde van 124,5 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 120.
Van een populatie wordt beweerd dat het gemiddelde 250 is; de standaardafwijking van de populatie is bekend en is 12. Een aselecte steekproef van 64 waarnemingen heeft een gemiddelde van 247,99. Toets H₀: μ = 250 tegen H₁: μ < 250. Bereken de p-waarde p.
Een steekproef van 49 studenten heeft een gemiddelde score van 100,5 en een steekproefstandaardafwijking van 5. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 100.
In een onderzoek herstellen 140 van de 200 patiënten met behandeling A en 87 van de 150 patiënten met behandeling B. Bereken met de gepoolde fractie de toetsingsgrootheid z voor H₀: p₁ = p₂.
Een steekproef van 81 metingen heeft gemiddelde 497,6. De standaardafwijking van de populatie is 12. Bereken de ondergrens L van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Antwoordenblad
- 1. z = 2,1
- 2. z = 1,2
- 3. p = 0,09012
- 4. t = 0,7
- 5. z = 2,327
- 6. L = 495,4
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.