Een machine hoort flessen gemiddeld met 120 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 8 mL. Een steekproef van 36 flessen heeft een gemiddelde van 116,5 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 120.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine hoort flessen gemiddeld met 500 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 20 mL. Een steekproef van 81 flessen heeft een gemiddelde van 496 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 500.
Twee productielijnen maken hetzelfde onderdeel. Lijn 1: een steekproef van 30 onderdelen heeft een gemiddelde lengte van 109 mm, en de bekende standaardafwijking van de lijn is 9 mm. Lijn 2: een steekproef van 80 onderdelen heeft gemiddelde 110,2 mm, bekende standaardafwijking 5 mm. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ₁ = μ₂, met als verschil x̄₁ − x̄₂ (lijn 1 min lijn 2).
Een steekproef van 100 studenten heeft een gemiddelde score van 117,4 en een steekproefstandaardafwijking van 12. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 120.
Een steekproef van 49 metingen heeft gemiddelde 51,2. De standaardafwijking van de populatie is 12. Bereken de ondergrens L van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Een steekproef van 36 metingen heeft gemiddelde 500,3. De standaardafwijking van de populatie is 4. Bereken de bovengrens U van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Antwoordenblad
- 1. z = −2,625
- 2. z = −1,8
- 3. z = −0,6914
- 4. t = −2,167
- 5. L = 46,78
- 6. U = 501,6
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.