Een leverancier beweert dat de gemiddelde breeksterkte van een kabel 200 kN is; je vermoedt dat die hoger is. De standaardafwijking is bekend en is 12 kN. Je neemt een steekproef van 36 kabels en toetst H₀: μ = 200 kN tegen H₁: μ > 200 kN bij α = 0,05. Boven welk steekproefgemiddelde x̄c verwerp je H₀?
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine hoort flessen gemiddeld met 100 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 4 mL. Een steekproef van 100 flessen heeft een gemiddelde van 98,76 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 100.
Twee lesmethoden worden vergeleken. Groep 1: 5 studenten, gemiddelde score 118,5, standaardafwijking 7. Groep 2: 17 studenten, gemiddelde score 109,1, standaardafwijking 6,5. Neem gelijke populatievarianties aan en gebruik de gepoolde t-toets voor twee steekproeven. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ₁ = μ₂, met als verschil x̄₁ − x̄₂ (groep 1 min groep 2).
16 werknemers doen een typetest voor en na een training. Voor elke persoon wordt het verschil d = na − voor (woorden per minuut) genoteerd. Het gemiddelde verschil is 3,42 en de standaardafwijking van de verschillen is 7,2. Bereken de toetsingsgrootheid t van de gepaarde toets voor H₀: μd = 0.
Een steekproef van 81 metingen heeft gemiddelde 101,2. De standaardafwijking van de populatie is 12. Bereken de ondergrens L van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Een eenzijdige z-toets bij α = 0,05 moet een verschuiving van het gemiddelde van 2 eenheden ontdekken met een onderscheidend vermogen van 95 %. De standaardafwijking is 13. Bereken de minimale steekproefomvang n.
Antwoordenblad
- 1. x̄c = 203,3 kN
- 2. z = −3,1
- 3. t = 2,798
- 4. t = 1,9
- 5. L = 99,01
- 6. n = 458
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.