Een machine is ingesteld om pakken te vullen met een gemiddelde van 100 g; je vermoedt dat hij te weinig vult. De standaardafwijking is bekend en is 5 g. Je weegt een steekproef van 64 pakken en toetst H₀: μ = 100 tegen H₁: μ < 100 bij α = 0.10. Onder welk steekproefgemiddelde x̄c verwerp je H₀?
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een z-toets van H₀: μ = μ₀ tegen H₁: μ > μ₀ geeft de toetsingsgrootheid z = 1,44. Bereken de p-waarde p.
Een steekproef van 64 studenten heeft een gemiddelde score van 102,6 en een steekproefstandaardafwijking van 10. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 100.
Een steekproef van 81 studenten heeft een gemiddelde score van 497,6 en een steekproefstandaardafwijking van 12. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 500.
Een steekproef van 64 metingen heeft gemiddelde 121,4. De standaardafwijking van de populatie is 8. Bereken de ondergrens L van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Hoe groot moet een steekproef zijn zodat het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde een foutmarge van hoogstens 2,5 heeft? De standaardafwijking is 12. Bereken de kleinste steekproefomvang n.
Antwoordenblad
- 1. x̄c = 99,2 g
- 2. p = 0,07493
- 3. t = 2,08
- 4. t = −1,8
- 5. L = 118,8
- 6. n = 63
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.