Een machine hoort flessen gemiddeld met 120 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 20 mL. Een steekproef van 16 flessen heeft een gemiddelde van 107 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 120.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine hoort flessen gemiddeld met 200 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 4 mL. Een steekproef van 25 flessen heeft een gemiddelde van 201,9 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 200.
Van een populatie wordt beweerd dat het gemiddelde 80 is; de standaardafwijking van de populatie is bekend en is 2,5. Een aselecte steekproef van 25 waarnemingen heeft een gemiddelde van 80,45. Toets H₀: μ = 80 tegen H₁: μ > 80. Bereken de p-waarde p.
Een steekproef van 16 studenten heeft een gemiddelde score van 103,4 en een steekproefstandaardafwijking van 8. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 100.
Een steekproef van 49 metingen heeft gemiddelde 198,5. De standaardafwijking van de populatie is 4. Bereken de ondergrens L van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Een eenzijdige z-toets bij α = 0,01 moet een verschuiving van het gemiddelde van 1,5 eenheden ontdekken met een onderscheidend vermogen van 95 %. De standaardafwijking is 7. Bereken de minimale steekproefomvang n.
Antwoordenblad
- 1. z = −2,6
- 2. z = 2,375
- 3. p = 0,1841
- 4. t = 1,7
- 5. L = 197,6
- 6. n = 344
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.