Een machine hoort flessen gemiddeld met 50 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 12 mL. Een steekproef van 25 flessen heeft een gemiddelde van 42,56 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 50.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine is ingesteld om pakken te vullen met een gemiddelde van 500 g; je vermoedt dat hij te weinig vult. De standaardafwijking is bekend en is 2 g. Je weegt een steekproef van 25 pakken en toetst H₀: μ = 500 tegen H₁: μ < 500 bij α = 0.05. Onder welk steekproefgemiddelde x̄c verwerp je H₀?
15 werknemers doen een typetest voor en na een training. Voor elke persoon wordt het verschil d = na − voor (woorden per minuut) genoteerd. Het gemiddelde verschil is 5,02 en de standaardafwijking van de verschillen is 6,7. Bereken de toetsingsgrootheid t van de gepaarde toets voor H₀: μd = 0.
Een steekproef van 25 studenten heeft een gemiddelde score van 501,9 en een steekproefstandaardafwijking van 8. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 500.
Een eenzijdige z-toets bij α = 0,05 moet een verschuiving van het gemiddelde van 3 eenheden ontdekken met een onderscheidend vermogen van 80 %. De standaardafwijking is 10. Bereken de minimale steekproefomvang n.
Een steekproef van 16 metingen heeft gemiddelde 67,8. De standaardafwijking van de populatie is 10. Bereken de bovengrens U van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Antwoordenblad
- 1. z = −3,1
- 2. x̄c = 499,3 g
- 3. t = 2,902
- 4. t = 1,187
- 5. n = 69
- 6. U = 74,24
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.