Een bedrijf beweert dat een fractie 0,3 van zijn klanten tevreden is. In een aselecte enquête onder 150 klanten zeggen 58 dat ze tevreden zijn. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: p = 0,3.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine hoort flessen gemiddeld met 75 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 5 mL. Een steekproef van 25 flessen heeft een gemiddelde van 77,9 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 75.
Twee productielijnen maken hetzelfde onderdeel. Lijn 1: een steekproef van 40 onderdelen heeft een gemiddelde lengte van 125 mm, en de bekende standaardafwijking van de lijn is 15 mm. Lijn 2: een steekproef van 40 onderdelen heeft gemiddelde 127,6 mm, bekende standaardafwijking 11 mm. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ₁ = μ₂, met als verschil x̄₁ − x̄₂ (lijn 1 min lijn 2).
Een steekproef van 25 studenten heeft een gemiddelde score van 87,6 en een steekproefstandaardafwijking van 20. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 100.
Een eenzijdige z-toets van H₀: μ = 50 tegen H₁: μ < 50 wordt uitgevoerd bij α = 0.10 met een steekproef van 64; de standaardafwijking is bekend en is 12. In werkelijkheid is het gemiddelde 46.4. Bereken het onderscheidend vermogen 1 − β van de toets in procenten.
Hoe groot moet een steekproef zijn zodat het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde een foutmarge van hoogstens 0,5 heeft? De standaardafwijking is 8. Bereken de kleinste steekproefomvang n.
Antwoordenblad
- 1. z = 2,316
- 2. z = 2,9
- 3. z = −0,884
- 4. t = −3,1
- 5. 1 − β = 86,82 %
- 6. n = 1699
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.