Een machine hoort flessen gemiddeld met 120 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 8 mL. Een steekproef van 81 flessen heeft een gemiddelde van 118,4 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 120.
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine hoort flessen gemiddeld met 100 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 10 mL. Een steekproef van 25 flessen heeft een gemiddelde van 103,4 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 100.
Van een populatie wordt beweerd dat het gemiddelde 120 is; de standaardafwijking van de populatie is bekend en is 20. Een aselecte steekproef van 100 waarnemingen heeft een gemiddelde van 116,8. Toets H₀: μ = 120 tegen H₁: μ < 120. Bereken de p-waarde p.
Van een populatie wordt beweerd dat het gemiddelde 50 is; de standaardafwijking van de populatie is bekend en is 24. Een aselecte steekproef van 144 waarnemingen heeft een gemiddelde van 45,96. Toets H₀: μ = 50 tegen H₁: μ ≠ 50. Bereken de p-waarde p.
Een steekproef van 81 metingen heeft gemiddelde 99,4. De standaardafwijking van de populatie is 8. Bereken de bovengrens U van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Een eenzijdige z-toets van H₀: μ = 80 tegen H₁: μ < 80 wordt uitgevoerd bij α = 0.05 met een steekproef van 36; de standaardafwijking is bekend en is 6. In werkelijkheid is het gemiddelde 78.9. Bereken de kans op een fout van de tweede soort β in procenten.
Antwoordenblad
- 1. z = −1,8
- 2. z = 1,7
- 3. p = 0,0548
- 4. p = 0,04338
- 5. U = 101,7
- 6. β = 70,71 %
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.