Een leverancier beweert dat de gemiddelde breeksterkte van een kabel 120 kN is; je vermoedt dat die hoger is. De standaardafwijking is bekend en is 12 kN. Je neemt een steekproef van 100 kabels en toetst H₀: μ = 120 kN tegen H₁: μ > 120 kN bij α = 0,10. Boven welk steekproefgemiddelde x̄c verwerp je H₀?
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een z-toets van H₀: μ = μ₀ tegen H₁: μ < μ₀ geeft de toetsingsgrootheid z = −2.45. Bereken de p-waarde p.
Twee productielijnen maken hetzelfde onderdeel. Lijn 1: een steekproef van 50 onderdelen heeft een gemiddelde lengte van 109 mm, en de bekende standaardafwijking van de lijn is 7 mm. Lijn 2: een steekproef van 40 onderdelen heeft gemiddelde 112,4 mm, bekende standaardafwijking 8 mm. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ₁ = μ₂, met als verschil x̄₁ − x̄₂ (lijn 1 min lijn 2).
Een steekproef van 25 studenten heeft een gemiddelde score van 37,6 en een steekproefstandaardafwijking van 20. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 50.
Een steekproef van 49 metingen heeft gemiddelde 199,9. De standaardafwijking van de populatie is 5. Bereken de ondergrens L van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Hoe groot moet een steekproef zijn zodat het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor een gemiddelde een foutmarge van hoogstens 3 heeft? De standaardafwijking is 8. Bereken de kleinste steekproefomvang n.
Antwoordenblad
- 1. x̄c = 121,5 kN
- 2. p = 0,007143
- 3. z = −2,117
- 4. t = −3,1
- 5. L = 198,5
- 6. n = 28
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.