Een leverancier beweert dat de gemiddelde breeksterkte van een kabel 500 kN is; je vermoedt dat die hoger is. De standaardafwijking is bekend en is 5 kN. Je neemt een steekproef van 36 kabels en toetst H₀: μ = 500 kN tegen H₁: μ > 500 kN bij α = 0,10. Boven welk steekproefgemiddelde x̄c verwerp je H₀?
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een bedrijf beweert dat een fractie 0,4 van zijn klanten tevreden is. In een aselecte enquête onder 250 klanten zeggen 113 dat ze tevreden zijn. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: p = 0,4.
12 werknemers doen een typetest voor en na een training. Voor elke persoon wordt het verschil d = na − voor (woorden per minuut) genoteerd. Het gemiddelde verschil is 0,86 en de standaardafwijking van de verschillen is 1,3. Bereken de toetsingsgrootheid t van de gepaarde toets voor H₀: μd = 0.
Een steekproef van 36 studenten heeft een gemiddelde score van 202 en een steekproefstandaardafwijking van 10. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 200.
Een eenzijdige z-toets van H₀: μ = 80 tegen H₁: μ < 80 wordt uitgevoerd bij α = 0.10 met een steekproef van 64; de standaardafwijking is bekend en is 8. In werkelijkheid is het gemiddelde 77.1. Bereken de kans op een fout van de tweede soort β in procenten.
Een steekproef van 36 metingen heeft gemiddelde 116. De standaardafwijking van de populatie is 10. Bereken de ondergrens L van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Antwoordenblad
- 1. x̄c = 501,1 kN
- 2. z = 1,678
- 3. t = 2,292
- 4. t = 1,2
- 5. β = 5,283 %
- 6. L = 111,7
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.