Een machine is ingesteld om pakken te vullen met een gemiddelde van 100 g; je vermoedt dat hij te weinig vult. De standaardafwijking is bekend en is 5 g. Je weegt een steekproef van 36 pakken en toetst H₀: μ = 100 tegen H₁: μ < 100 bij α = 0.05. Onder welk steekproefgemiddelde x̄c verwerp je H₀?
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine hoort flessen gemiddeld met 75 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 15 mL. Een steekproef van 64 flessen heeft een gemiddelde van 73,31 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 75.
Een steekproef van 16 studenten heeft een gemiddelde score van 196,6 en een steekproefstandaardafwijking van 15. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 200.
Twee productielijnen maken hetzelfde onderdeel. Lijn 1: een steekproef van 30 onderdelen heeft een gemiddelde lengte van 108,5 mm, en de bekende standaardafwijking van de lijn is 10 mm. Lijn 2: een steekproef van 100 onderdelen heeft gemiddelde 105 mm, bekende standaardafwijking 14 mm. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ₁ = μ₂, met als verschil x̄₁ − x̄₂ (lijn 1 min lijn 2).
Een steekproef van 36 metingen heeft gemiddelde 90,7. De standaardafwijking van de populatie is 20. Bereken de bovengrens U van het 95%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
In een onderzoek herstellen 113 van de 250 patiënten met behandeling A en 59 van de 100 patiënten met behandeling B. Bereken met de gepoolde fractie de toetsingsgrootheid z voor H₀: p₁ = p₂.
Antwoordenblad
- 1. x̄c = 98,63 g
- 2. z = −0,9013
- 3. t = −0,9067
- 4. z = 1,521
- 5. U = 97,23
- 6. z = −2,333
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.