Een machine is ingesteld om pakken te vullen met een gemiddelde van 120 g; je vermoedt dat hij te weinig vult. De standaardafwijking is bekend en is 15 g. Je weegt een steekproef van 100 pakken en toetst H₀: μ = 120 tegen H₁: μ < 120 bij α = 0.10. Onder welk steekproefgemiddelde x̄c verwerp je H₀?
Werkblad Hypothesetoetsen & betrouwbaarheidsintervallen met antwoorden
Een machine hoort flessen gemiddeld met 200 mL te vullen. De standaardafwijking is bekend en is 10 mL. Een steekproef van 36 flessen heeft een gemiddelde van 194,8 mL. Bereken de toetsingsgrootheid z voor H₀: μ = 200.
Een steekproef van 49 studenten heeft een gemiddelde score van 72,03 en een steekproefstandaardafwijking van 8. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 75.
Een steekproef van 25 studenten heeft een gemiddelde score van 103,4 en een steekproefstandaardafwijking van 8. Bereken de toetsingsgrootheid t voor H₀: μ = 100.
Een steekproef van 64 metingen heeft gemiddelde 74,9. De standaardafwijking van de populatie is 10. Bereken de ondergrens L van het 90%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Een steekproef van 100 metingen heeft gemiddelde 44. De standaardafwijking van de populatie is 20. Bereken de ondergrens L van het 99%-betrouwbaarheidsinterval voor het gemiddelde.
Antwoordenblad
- 1. x̄c = 118,1 g
- 2. z = −3,12
- 3. t = −2,599
- 4. t = 2,125
- 5. L = 72,84
- 6. L = 38,85
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.