1.Makkelijk
Bereken I = ∫−2−1 (−2x2 + 2x − 4) dx.
f(x) = −2x2 + 2x − 4[−2, −1]
I =
Bereken I = ∫−2−1 (−2x2 + 2x − 4) dx.
Bereken I = ∫₀1,5 x·ex dx.
Bereken I = ∫02 e2x dx.
Bereken I = ∫14 3/x dx.
Bereken I = ∫₀1,5 x²·eˣ dx.
Bereken I = ∫₀2 x²·eˣ dx.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.