Een signaal f(t) heeft de Laplacetransformatie F(s) = (−4s² + 12s + 44)/(s(s + 1)(s + 3)). Gebruik de beginwaardestelling om f(0⁺) te vinden, de waarde van f(t) vlak na t = 0.
Werkblad Laplacetransformaties met antwoorden
Een signaal f(t) heeft de Laplacetransformatie F(s) = (6s² + 27s + 14)/(s(s + 1)(s + 8)). Gebruik de beginwaardestelling om f(0⁺) te vinden, de waarde van f(t) vlak na t = 0.
Bepaal f(t) voor F(s) = 25/(s(s + 2)(s + 4)) met partieelbreuken, en bereken f(0,2).
Bepaal f(t) voor F(s) = (s + 14)/(s² + 6s + 34) door het kwadraat af te splitsen, en bereken f(0,2).
Een systeem voldoet aan y″ + 11y′ + 30y = 150·u(t). Het begint in rust (y(0) = 0, y′(0) = 0) en de ingang is een stap u(t) = 5 voor t ≥ 0. Gebruik de Laplacetransformatie om de uitgang y(0,1) te bepalen.
Een systeem wordt beschreven door de differentiaalvergelijking y″ + 7y′ + 12y = 4u′ + 16u, met ingang u(t) en uitgang y(t). Bepaal de overdrachtsfunctie G(s) = Y(s)/U(s) (beginvoorwaarden nul) en bereken de impulsresponsie g(t) bij t = 0,5 s. Bepaal g(0,5).
Antwoordenblad
- 1. f(0⁺) = −4
- 2. f(0⁺) = 6
- 3. f(0.2) = 0,3397
- 4. f(0.2) = 1,313
- 5. y(0.1) = 2,622
- 6. g(0.5) = 0,8925
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.