Een signaal f(t) heeft de Laplacetransformatie F(s) = (5s + 21)/(s² + 4s + 14). Bepaal de beginhelling f′(0⁺) met de beginwaardestelling.
Werkblad Laplacetransformaties met antwoorden
Bepaal de inverse Laplacetransformatie f(t) van F(s) = 16/(s + 3)² met een tabel van transformatieparen, en bereken f(0,2).
Bepaal f(t) voor F(s) = 60/(s(s + 2)(s + 5)) met partieelbreuken, en bereken f(0,6).
F(s) = (5s + 13)/(s² + 12s + 32). De inverse transformatie heeft de vorm f(t) = A·e−4t + B·e−8t. Bepaal de coëfficiënt A met partieelbreuken.
Een systeem voldoet aan y″ + 5y′ + 6y = 18·u(t). Het begint in rust (y(0) = 0, y′(0) = 0) en de ingang is een stap u(t) = 1 voor t ≥ 0. Gebruik de Laplacetransformatie om de uitgang y(0,4) te bepalen.
Een systeem voldoet aan y″ + 3y′ + 2y = 6·u(t). Het begint in rust (y(0) = 0, y′(0) = 0) en de ingang is een stap u(t) = 10 voor t ≥ 0. Gebruik de Laplacetransformatie om de uitgang y(1) te bepalen.
Antwoordenblad
- 1. f′(0⁺) = 1
- 2. f(0.2) = 1,756
- 3. f(0.6) = 3,187
- 4. A = −1,75
- 5. y(0.4) = 0,7632
- 6. y(1) = 11,99
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.