Een ideale LC-schakeling heeft L = 22 µH en C = 2,2 µF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een LC-schakeling met L = 100 µH moet resoneren bij 20 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
In een ideale LC-schakeling met L = 22 mH en C = 100 nF is de condensator op t = 0 volledig opgeladen. Hoe lang duurt het tot alle energie in de spoel zit? Geef t in µs.
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 1 kHz met Q = 1,5. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in Hz.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 2,2 nF en een spoel van 22 mH met een wikkelweerstand van 2 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 2,2 nF en een spoel van 22 µH met een wikkelweerstand van 10 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. f0 = 22,88 kHz
- 2. C = 633,3 nF
- 3. t = 73,68 µs
- 4. f1 = 720,8 Hz
- 5. RD = 5000 kΩ
- 6. RD = 1 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.