Een condensator van 10 pF wordt opgeladen tot 6 V en dan op een ideale spoel van 4,7 mH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in nJ.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een ideale LC-schakeling heeft L = 22 µH en C = 22 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 5 Ω, L = 4,7 mH en C = 10 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in Hz.
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 500 kHz met Q = 2,5. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in kHz.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 47 pF en een spoel van 470 µH met een wikkelweerstand van 2 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Een opgeladen condensator van 22 nF ontlaadt over een spoel van 100 µH met een totale serieweerstand van 10 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Antwoordenblad
- 1. W = 0,18 nJ
- 2. f0 = 228,8 kHz
- 3. BW = 169,3 Hz
- 4. f1 = 409,9 kHz
- 5. RD = 5000 kΩ
- 6. n = 1,488
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.