Een LC-schakeling met L = 100 µH moet resoneren bij 10 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een LC-schakeling met L = 2,2 mH moet resoneren bij 5 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 22 Ω, L = 1 mH en C = 100 pF. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 200 kHz met Q = 1,5. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in kHz.
Een opgeladen condensator van 10 nF ontlaadt over een spoel van 1 mH met een totale serieweerstand van 1 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Een serie-RLC-schakeling (R = 5 Ω, L = 2,2 mH, C = 47 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 500 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in µJ.
Antwoordenblad
- 1. C = 2533 nF
- 2. C = 460,6 nF
- 3. BW = 3,501 kHz
- 4. f1 = 144,2 kHz
- 5. n = 69,77
- 6. Ecycle = 39,93 µJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.