Een condensator van 220 nF wordt opgeladen tot 50 V en dan op een ideale spoel van 0,1 µH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in µJ.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een ideale LC-schakeling heeft L = 100 mH en C = 220 pF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 22 Ω, L = 1 mH en C = 22 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in kHz.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 1 Ω, L = 100 µH en C = 22 nF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een serie-RLC-schakeling (R = 10 Ω, L = 4,7 mH, C = 220 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 200 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in µJ.
Een serie-RLC-schakeling (R = 2 Ω, L = 220 µH, C = 470 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 200 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in µJ.
Antwoordenblad
- 1. W = 275 µJ
- 2. f0 = 33,93 kHz
- 3. BW = 3,501 kHz
- 4. Q = 67,42
- 5. Ecycle = 40,41 µJ
- 6. Ecycle = 2,556 µJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.