Een ideale LC-schakeling heeft L = 22 mH en C = 220 pF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een LC-schakeling met L = 220 µH moet resoneren bij 50 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Een condensator van 100 pF, opgeladen tot 5 V, oscilleert met een ideale spoel van 2,2 mH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 1,25 V is, in nJ.
Een condensator van 470 pF, opgeladen tot 6 V, oscilleert met een ideale spoel van 47 mH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 3,6 V is, in nJ.
Een serieresonantiekring gebruikt een spoel van 1 mH. Welke totale serieweerstand R geeft een bandbreedte van 1 kHz?
Een serie-RLC-schakeling (R = 2 Ω, L = 220 µH, C = 2,2 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 100 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in nJ.
Antwoordenblad
- 1. f0 = 72,34 kHz
- 2. C = 46,06 nF
- 3. WL = 1,172 nJ
- 4. WL = 5,414 nJ
- 5. R = 6,283 Ω
- 6. Ecycle = 43,71 nJ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.