Een condensator van 2,2 µF wordt opgeladen tot 2 V en dan op een ideale spoel van 0,1 µH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in µJ.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
1.Makkelijk
C = 2,2 µFV0 = 2 VL = 0,1 µH
W = µJ
2.Makkelijk
Een ideale LC-schakeling heeft L = 2,2 mH en C = 470 pF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
L = 2,2 mHC = 470 pF
f0 = kHz
3.Gemiddeld
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 10 Ω, L = 100 µH en C = 22 nF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
R = 10 ΩL = 100 µHC = 22 nF
Q =
4.Gemiddeld
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 100 Ω, L = 22 mH en C = 470 pF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
R = 100 ΩL = 22 mHC = 470 pF
Q =
5.Moeilijk
De halfvermogensfrequenties van een resonantiekromme zijn 2 kHz en 3,2 kHz. Bepaal de resonantiefrequentie als hun meetkundig gemiddelde, en daarna de kwaliteitsfactor Q.
f1 = 2 kHzf2 = 3,2 kHz
Q =
6.Moeilijk
Ontwerp een serie-RLC-filter met een totale weerstand van 20 Ω, een resonantiefrequentie van 50 kHz en een bandbreedte van 2,5 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
R = 20 Ωf0 = 50 kHzBW = 2,5 kHz
C = nF
Antwoordenblad
- 1. W = 4,4 µJ
- 2. f0 = 156,5 kHz
- 3. Q = 6,742
- 4. Q = 68,42
- 5. Q = 2,108
- 6. C = 7,958 nF
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.