Een condensator van 10 nF, opgeladen tot 5 V, wordt over een ideale spoel van 4,7 mH geschakeld. Bepaal de piekstroom Imax in de schakeling, in mA.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 2,2 µF, opgeladen tot 15 V, wordt over een ideale spoel van 2,2 mH geschakeld. Bepaal de piekstroom Imax in de schakeling, in mA.
Een condensator van 1 nF, opgeladen tot 24 V, oscilleert met een ideale spoel van 47 mH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 4,8 V is, in nJ.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 2 Ω, L = 2,2 mH en C = 47 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in Hz.
Een serie-RLC-schakeling (R = 5 Ω, L = 470 µH, C = 2,2 nF) wordt bij resonantie aangestuurd met een stroomamplitude van 100 mA. Bepaal de energie Ecycle die in R per periode wordt gedissipeerd, in nJ.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 22 nF en een spoel van 22 µH met een wikkelweerstand van 1 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Antwoordenblad
- 1. Imax = 7,293 mA
- 2. Imax = 474,3 mA
- 3. WL = 276,5 nJ
- 4. BW = 144,7 Hz
- 5. Ecycle = 159,7 nJ
- 6. RD = 1 kΩ
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.