Een ideale LC-schakeling heeft L = 2,2 mH en C = 4,7 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
1.Makkelijk
L = 2,2 mHC = 4,7 nF
f0 = kHz
2.Makkelijk
Een resonantiekromme heeft een piek bij 455 kHz, en zijn halfvermogenspunten liggen 18,2 kHz uit elkaar. Bepaal de kwaliteitsfactor Q.
f0 = 455 kHzBW = 18,2 kHz
Q =
3.Gemiddeld
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 5 kHz met Q = 4. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in kHz.
f0 = 5 kHzQ = 4
f1 = kHz
4.Gemiddeld
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 1 kHz met Q = 5. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in Hz.
f0 = 1 kHzQ = 5
f1 = Hz
5.Moeilijk
De halfvermogensfrequenties van een resonantiekromme zijn 10 kHz en 20 kHz. Bepaal de resonantiefrequentie als hun meetkundig gemiddelde, en daarna de kwaliteitsfactor Q.
f1 = 10 kHzf2 = 20 kHz
Q =
6.Moeilijk
Een serieresonantiekring gebruikt een spoel van 47 µH. Welke totale serieweerstand R geeft een bandbreedte van 1 kHz?
L = 47 µHBW = 1 kHz
R = Ω
Antwoordenblad
- 1. f0 = 49,49 kHz
- 2. Q = 25
- 3. f1 = 4,414 kHz
- 4. f1 = 905 Hz
- 5. Q = 1,414
- 6. R = 0,2953 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.