Een condensator van 1 nF wordt opgeladen tot 24 V en dan op een ideale spoel van 1 mH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in nJ.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 470 pF wordt opgeladen tot 24 V en dan op een ideale spoel van 220 µH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in nJ.
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 10 kHz met Q = 2. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in kHz.
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 220 Ω, L = 47 mH en C = 100 nF. Bepaal zijn bandbreedte BW in Hz.
Een opgeladen condensator van 220 pF ontlaadt over een spoel van 2,2 mH met een totale serieweerstand van 20 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
De halfvermogensfrequenties van een resonantiekromme zijn 100 kHz en 160 kHz. Bepaal de resonantiefrequentie als hun meetkundig gemiddelde, en daarna de kwaliteitsfactor Q.
Antwoordenblad
- 1. W = 288 nJ
- 2. W = 135,4 nJ
- 3. f1 = 7,808 kHz
- 4. BW = 745 Hz
- 5. n = 34,89
- 6. Q = 2,108
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.