Een condensator van 22 nF wordt opgeladen tot 50 V en dan op een ideale spoel van 2,2 mH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in µJ.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een LC-schakeling met L = 0,47 µH moet resoneren bij 200 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Een condensator van 470 nF, opgeladen tot 9 V, oscilleert met een ideale spoel van 1 mH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 6,75 V is, in µJ.
Een condensator van 100 nF, opgeladen tot 5 V, oscilleert met een ideale spoel van 2,2 mH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 1,25 V is, in µJ.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 100 nF en een spoel van 10 mH met een wikkelweerstand van 20 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Een opgeladen condensator van 470 pF ontlaadt over een spoel van 100 µH met een totale serieweerstand van 10 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Antwoordenblad
- 1. W = 27,5 µJ
- 2. C = 1347 nF
- 3. WL = 8,328 µJ
- 4. WL = 1,172 µJ
- 5. RD = 5 kΩ
- 6. n = 10,18
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.