Een ideale LC-schakeling heeft L = 4,7 mH en C = 22 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een ideale LC-schakeling heeft L = 470 µH en C = 1 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Een condensator van 2,2 nF, opgeladen tot 9 V, oscilleert met een ideale spoel van 22 µH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 3,6 V is, in nJ.
Een parallel-RLC-schakeling heeft R = 4,7 kΩ, L = 22 mH en C = 220 nF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een parallelle kring bestaat uit een condensator van 22 nF en een spoel van 22 mH met een wikkelweerstand van 10 Ω. Bij resonantie gedraagt hij zich als een weerstand, zijn dynamische weerstand RD = L/(C·r). Bepaal RD in kΩ.
Een serieresonantiekring gebruikt een spoel van 1 mH. Welke totale serieweerstand R geeft een bandbreedte van 500 Hz?
Antwoordenblad
- 1. f0 = 15,65 kHz
- 2. f0 = 232,2 kHz
- 3. WL = 74,84 nJ
- 4. Q = 14,86
- 5. RD = 100 kΩ
- 6. R = 3,142 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.