Een ideale LC-schakeling heeft L = 100 µH en C = 47 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
1.Makkelijk
L = 100 µHC = 47 nF
f0 = kHz
2.Makkelijk
Een LC-schakeling met L = 470 µH moet resoneren bij 100 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
L = 470 µHf0 = 100 kHz
C = nF
3.Gemiddeld
Een condensator van 100 nF, opgeladen tot 6 V, oscilleert met een ideale spoel van 470 µH. Bepaal de energie WL die in de spoel is opgeslagen op het moment dat de condensatorspanning 1,2 V is, in µJ.
C = 100 nFV0 = 6 VvC = 1,2 V
WL = µJ
4.Gemiddeld
Een serie-RLC-schakeling heeft R = 1 Ω, L = 2,2 mH en C = 2,2 µF. Bepaal zijn bandbreedte BW in Hz.
R = 1 ΩL = 2,2 mHC = 2,2 µF
BW = Hz
5.Moeilijk
Ontwerp een serie-RLC-filter met een totale weerstand van 10 Ω, een resonantiefrequentie van 50 kHz en een bandbreedte van 1,25 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
R = 10 Ωf0 = 50 kHzBW = 1,25 kHz
C = nF
6.Moeilijk
Een serieresonantiekring gebruikt een spoel van 4,7 mH. Welke totale serieweerstand R geeft een bandbreedte van 2 kHz?
L = 4,7 mHBW = 2 kHz
R = Ω
Antwoordenblad
- 1. f0 = 73,41 kHz
- 2. C = 5,389 nF
- 3. WL = 1,728 µJ
- 4. BW = 72,34 Hz
- 5. C = 7,958 nF
- 6. R = 59,06 Ω
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.