Een resonantiekromme heeft een piek bij 1,6 MHz, en zijn halfvermogenspunten liggen 200 kHz uit elkaar. Bepaal de kwaliteitsfactor Q.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 22 nF wordt opgeladen tot 15 V en dan op een ideale spoel van 220 µH aangesloten. Bepaal de totale energie W die ertussen pendelt, in µJ.
In een ideale LC-schakeling met L = 22 mH en C = 220 nF is de condensator op t = 0 volledig opgeladen. Hoe lang duurt het tot alle energie in de spoel zit? Geef t in µs.
Een parallel-RLC-schakeling heeft R = 2,2 kΩ, L = 22 mH en C = 22 nF. Bepaal zijn kwaliteitsfactor Q.
Een opgeladen condensator van 22 nF ontlaadt over een spoel van 100 mH met een totale serieweerstand van 20 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Een opgeladen condensator van 1 µF ontlaadt over een spoel van 220 µH met een totale serieweerstand van 1 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Antwoordenblad
- 1. Q = 8
- 2. W = 2,475 µJ
- 3. t = 109,3 µs
- 4. Q = 2,2
- 5. n = 23,52
- 6. n = 3,273
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.