Een LC-schakeling met L = 47 µH moet resoneren bij 455 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een ideale LC-schakeling heeft L = 220 µH en C = 100 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 1 kHz met Q = 1,5. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in Hz.
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 2 kHz met Q = 1,5. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in kHz.
Ontwerp een serie-RLC-filter met een totale weerstand van 50 Ω, een resonantiefrequentie van 500 kHz en een bandbreedte van 10 kHz. Bepaal de capaciteit C in nF.
Een opgeladen condensator van 22 nF ontlaadt over een spoel van 1 mH met een totale serieweerstand van 20 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
Antwoordenblad
- 1. C = 2,603 nF
- 2. f0 = 33,93 kHz
- 3. f1 = 720,8 Hz
- 4. f1 = 1,442 kHz
- 5. C = 0,1273 nF
- 6. n = 2,352
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.