Een ideale LC-schakeling heeft L = 4,7 mH en C = 470 nF. Bepaal zijn eigenfrequentie (resonantiefrequentie) f0 in kHz.
Werkblad LC-resonantie, Q-factor en bandbreedte met antwoorden
Een condensator van 10 µF, opgeladen tot 9 V, wordt over een ideale spoel van 220 µH geschakeld. Bepaal de piekstroom Imax in de schakeling, in mA.
Een serie-RLC-schakeling resoneert bij 10 kHz met Q = 3. Bepaal de onderste halfvermogensfrequentie f1 exact, in kHz.
In een ideale LC-schakeling met L = 47 µH en C = 22 nF is de condensator op t = 0 volledig opgeladen. Hoe lang duurt het tot alle energie in de spoel zit? Geef t in µs.
Een opgeladen condensator van 220 nF ontlaadt over een spoel van 100 µH met een totale serieweerstand van 0,5 Ω, zodat de oscillatie langzaam uitdooft. De amplitude neemt af als e−Rt/(2L). Hoeveel perioden n verstrijken voordat de amplitude is gehalveerd? (De verliezen zijn klein, dus de frequentie is f₀.)
De halfvermogensfrequenties van een resonantiekromme zijn 50 kHz en 60 kHz. Bepaal de resonantiefrequentie als hun meetkundig gemiddelde, en daarna de kwaliteitsfactor Q.
Antwoordenblad
- 1. f0 = 3,386 kHz
- 2. Imax = 1919 mA
- 3. f1 = 8,471 kHz
- 4. t = 1,597 µs
- 5. n = 9,408
- 6. Q = 5,477
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.